#Onderwijsvraag 22: Waarom aparte vakken?
We verkennen de leersystemen van morgen en bevragen het onderwijssysteem van vandaag.
operation education, education, onderwijs, onderwijsvragen, waarom, waartoe, vragend veranderen, Claire Boonstra
3801
post-template-default,single,single-post,postid-3801,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,columns-4,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.2.1,vc_responsive

#Onderwijsvraag 22: Waarom aparte vakken?

Elke twee weken onderzoeken we op BNR, samen met luisteraars en onze volgers, een #Onderwijsvraag. Deze week bespraken we de onderwijsvraag: ‘Waarom aparte vakken?’ Wil je de uitzending terugluisteren, klik dan hier voor de podcast!

Waarom aparte vakken?

Waarom krijgen leerlingen op school aparte vakken terwijl in werkelijkheid alles met elkaar in verbinding staat? Waarom wordt de werkelijkheid binnen die kaders minder complex weergegeven terwijl de samenleving juist alsmaar complexer wordt? Hoe is het zo ontstaan? En wat zijn de effecten? We deden een eerste verkenning naar de historie, de voordelen, nadelen en alternatieven.

– historie –

Zeven vrije kunsten

Al in de Griekse Oudheid werden de lessen op scholen ingedeeld in aparte vakken, ‘de zeven vrije kunsten’, waarbij taal en rekenen in grote lijnen uitgangspunt waren. Deze zeven vrije kunsten werden in de Middeleeuwen en de Vroegmoderne tijd grotendeels overgenomen als ‘ruggengraat voor het onderwijs’, maar er werd steeds een andere invulling gegeven aan het curriculum, afhankelijk van de arbeidsmarkt, nieuwe inzichten, maatschappelijke eisen en verschillende schooltypes. Later, toen de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen werd opgericht en de vorming van nationale eenheid het streven was, kreeg de school er een nieuwe rol bij en moest ook aandacht besteed worden aan de ‘juiste normen en waarden’.

Aanschouwingsonderwijs

Aan het begin van de 19e eeuw hadden pedagogen uit die tijd, waaronder Rousseau en  Pestalozzi, grote invloed op het onderwijs. Zij hechtten veel waarde aan de waarneming en introduceerden, naast lezen, schrijven en rekenen, het aanschouwingsonderwijs: het leren kijken naar en ervaren van de wereld om je heen. Daarin werden allerlei onderwerpen uit verschillende vakgebieden geïntegreerd, waaronder aardrijkskunde, geschiedenis, taal en het herkennen van vormen en kleuren. Een serie schoolplaten werd ontwikkeld, waarin bijvoorbeeld ook aspecten van de handel en industrie naar voren kwamen.

‘We wenschen dan den leerling bekend te maken met de vormen, afmetingen, kleuren, werkingen, betrekkingen van plaats en tijd der zaken, waarmee hij dagelijks in aanraking komt, met de verschijnselen, die zich aan hem voordoen, met de samenleving der menschen, in één woord met zijn omgeving. [..] Het vormt den grondslag van alle voortgezet onderwijs, als bevattende de elementen van alle kennis.’

Zaakonderwijs

Aan het begin van de 20ste eeuw ging het aanschouwingsonderwijs op initiatief van Jan Ligthart, schoolhoofd van een school in de Schilderswijk in Den Haag en een niet wetenschappelijk geschoolde hervormer, over op het zaakonderwijs. Hij vond het aanschouwingsonderwijs te passief en wilde de leerlingen ‘het volle leven’ laten ervaren. Kennis uit verschillende gebieden werd gekoppeld aan het dagelijkse leven door de ‘drie-eenheid van methodiek’ waarbij spel, arbeid en vertelling centraal stonden. ‘Leren door te doen’, een voorloper op het projectonderwijs dat we nu kennen.

Jaarklassensysteem

Doordat het onderwijs vanaf de 19e eeuw steeds meer op basis van standaardisatie georganiseerd werd, waaruit het jaarklassensysteem volgde, en er vanuit de overheid ook steeds meer richting werd gegeven aan het curriculum, verdween het zaakonderwijs naar de achtergrond. Stapsgewijs werden in allerlei onderwijswetten vakken toegevoegd aan het curriculum, zoals muziek en gymnastiek. In de onderwijswet van 1957 werden geschiedenis, aardrijkskunde en natuurwetenschappen verplicht gesteld.

Hoewel er altijd ruimte is gebleven voor vormen van zaakonderwijs, omdat scholen vrij blijven in de wijze waarop ze invulling geven aan de vakken, werd er meer en meer nadruk gelegd op de verplichte aparte vakken. De standaard lesmethodes, die voor de verschillende vakken worden ontwikkeld en de centrale toetsing van de benodigde kennis voor die vakken, accentueren dat nog eens.

– voordelen van aparte vakken –

Objectiverende benadering

Los van de efficiënte organisatie van het jaarklassensysteem, waar de aparte vakken onderdeel van zijn, worden een aantal andere voordelen genoemd van de focus op één kennisgebied. Een daarvan is de voor een discipline kenmerkende benadering van de wereld. Een objectiverende benadering van de werkelijkheid waarbij het bekijken en beoordelen op basis van feiten uitgangspunt is en niet bijvoorbeeld motivatie, interesse of de actualiteit. ‘Met een onderzoekende houding en werkelijke verbazing en interesse voor het bijzondere van een verschijnsel tot gevolg.’

‘In de beperking toont zich pas de meester’

Kennis vereist diepgang en duidelijke kaders. Goethe schreef destijds in een sonnet het nog altijd veel gebruikte citaat: ‘In de beperking toont zich pas de meester.’ Hij doelde hiermee op de verhouding tussen meester en gezel, waarbij de meester zich meer en meer beperkt tot het wezenlijke, het essentiële. Zowel de leerling als de leerkracht kunnen zich per discipline focussen op een minder complexe weergave van de werkelijkheid en zich meester maken op een bepaald vakgebied.

Samenhang met andere disciplines

Maar hoe verhoudt de inzet van aparte vakken zich tot de toenemende complexiteit in de samenleving? De complexe problemen van vandaag de dag laten zich steeds minder goed zuiver disciplinair oplossen. Thema’s als klimaat, voedsel, energie en migratie vereisen grensoverstijgend leren, denken en werken. Er is daardoor steeds meer behoefte aan mensen die kennis hebben van meerdere disciplines, die zoeken naar samenhang en komen tot dynamische en innovatieve ontwikkelingen.

T-profiel

Zouden we dan de verdieping in aparte vakken helemaal los moeten laten? Nee, naast de behoefte aan interdisciplinaire kennis blijft ook gedegen vakkennis essentieel. Het ontwikkelen van interdisciplinaire competenties vereist begrip van de disciplines, van het karakter ervan en de vakspecifieke benadering bij het oplossen van problemen. Deze combinatie van een brede kennis van meerdere vakgebieden en verdieping in een bepaald vakgebied wordt ook wel het T-profiel genoemd, naar de vorm van de letter T.

– voordelen van samenhang –

Geïntegreerd curriculum

De maatschappelijke ontwikkelingen vragen dus, naast die fundamentele basis, om samenhang tussen de verschillende vakken. En deze ‘curriculaire samenhang’ heeft een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van het enkel lesgeven in aparte vakken. Zo blijkt uit een notitie van het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (SLO), waarin een overzicht wordt gegeven van de motieven voor een geïntegreerd curriculum – naast een aantal  belemmeringen en uitdagingen. Ook het boek ‘Meeting standards through integrated curriculum’ geeft een mooi overzicht van de verschillende vormen van samenhang, van de voordelen ervan en van ondersteunend onderzoek daarnaar, waaronder het onderzoek van Deborah Hartzler in 2000 waaruit blijkt dat een geïntegreerd curriculum ‘een levensvatbaar alternatief’ is.

Betekenisvol onderwijs

Zo blijkt dat leerlingen bij samenhangend onderwijs meer verbinding tussen vakken ervaren wat het leren voor hen betekenisvol maakt, hen motiveert en wat resulteert in betere leeropbrengsten.

Weerspiegeling van de buitenwereld

Wanneer vakken in samenhang worden aangeboden, geeft dit een betere weerspiegeling van de buitenwereld. Leerlingen leren daardoor verbanden te leggen tussen wat ze leren op school en wat er gebeurt in de wereld om hen heen. Ook dit motiveert hen om te leren.

Multidisciplinaire vraagstukken

Aansluitend op de veranderende maatschappij en de behoefte aan mensen met een T-profiel, kan een samenhangend curriculum er toe leiden dat leerlingen, meer dan anders, kennis en vaardigheden vanuit verschillende vakken met elkaar kunnen combineren wat nodig is voor het kunnen oplossen van multidisciplinaire en complexe vraagstukken.

En verder?

Andere voordelen die worden genoemd zijn een verbeterde cultuur binnen de scholen waarbij meer als team wordt samengewerkt; een positieve verandering op het gebied van didactiek; meer aanwezigheid van leerlingen; grotere betrokkenheid van ouders en minder noodzaak tot regels om orde te houden.

– alternatieven –

Balans

Het gaat vooral om het zoeken naar de juiste verbindingen tussen vakken. Of binnen vakken waarbij de samenhang wordt gezocht tussen de deeldomeinen, tussen binnenschools en buitenschools leren of in de vorm van een doorlopende leerlijn. Het gaat steeds en vooral om het zoeken naar verbindende thema’s en vergelijkbare of juist aanvullende of contrasterende manieren van denken en werken.

Leergebieden & thema’s

De samenhang tussen vakken kan vorm krijgen door te werken vanuit leergebieden of domeinen zoals bijvoorbeeld ‘mens & maatschappij’, mens & natuur of natuur & techniek. Ook wordt wel vanuit thema’s of werelden gewerkt, waarbinnen diverse disciplines aan bod komen. Bij Agora, een school waar geen aparte vakken worden gegeven, werken de leerlingen aan persoonlijke opdrachten en projecten binnen een van de vijf werelden – de wetenschappelijke, de kunstzinnige, de sociaal-ethische en de maatschappelijke en spirituele wereld.

Nieuwe vakken

In het verlengde hiervan ontstaan diverse initiatieven die interessante combinaties kennen van diverse disciplines. De Geo Future Scholen bijvoorbeeld, een nieuwe stroom in het voortgezet onderwijs die leerlingen stimuleert na te denken over de toekomst. Aardrijkskunde is het centrale vak en er zijn veel dwarsverbanden met natuurkunde, geschiedenis, economie, biologie en scheikunde. Of Natuur, Leven & Technologie, een combinatie van natuurkunde, scheikunde, biologie en wiskunde, en Big Historie, over 13,8 miljard jaar geschiedenis en waarbinnen concepten uit de geologie, biologie en geschiedenis, maar ook psychologie, filosofie, economie en cultuurwetenschappen aan bod komen.

Op het Hyperion Lyceum in Amsterdam hebben de docenten gezamenlijk drie extra vakken ontwikkeld. Kritisch leren en maatschappelijke betrokkenheid zijn daarbij het doel. Het vak ‘Grote Denkers’ is er een van, waarbij de leerlingen leren over het leven van grote denkers als Spinoza, Einstein en Martin Luther King, die allemaal een grote invloed op onze kennis en inzichten hebben gehad. En ‘Lifestyle Informatics’, dat een brede kijk biedt op de betekenis en invloed van de digitale revolutie op jouw persoonlijke leven en de maatschappij. En tenslotte ‘Logica en Argumentatieleer’ – wat is logisch denken, waarom is dit belangrijk en hoe leer je dit het beste?

Unic

Diverse vernieuwende scholen hebben, zeker in de onderbouw, net als Agora de aparte vakken helemaal losgelaten en bieden volledig geïntegreerd onderwijs. Zo ook bij Unic. Elke vier weken staan de lessen in het teken van een nieuw thema. Vanuit diverse perspectieven wordt naar het thema gekeken. Betrokken leren en het ervaren van eigenaarschap is het uitgangspunt en drie vragen staan daarbij voor de leerling centraal: ‘wie ben ik, wat kan ik en wat wil ik?

Verwondering

Drie basisscholen die geheel geïntegreerd onderwijs aanbieden en als voorbeeld worden genoemd in de notitie van SLO, zijn Wittering.nl waar de kinderen zelf op zoek gaan naar antwoorden op vragen die zij belangrijk vinden,  ’t Talent waar ieder kind zijn eigen leerroute volgt en waar levensecht geleerd wordt, en De Verwondering waar nieuwsgierigheid het vertrekpunt is.

Expeditionary learning

In het boek ‘Meeting standards through integrated curriculum’ wordt een interessante vorm van geïntegreerd onderwijs als voorbeeld genomen: ‘Expeditionary learning’, waarbij een tiental ontwerpprincipes uitgangspunt zijn en waarbij de diverse voordelen van curriculaire samenhang tot uitdrukking komen. Maar vooral ook omdat deze vorm van onderwijs aantoont dat het niet enkel gaat om de verbinding tussen vakken, maar om de wijze waarop we die verbinding in ons onderwijs vormgeven.

Tot slot

Deze onderwijsvraag is tot stand gekomen dankzij de waardevolle input, inzichten en bijdragen van Tijs van Ruiten van het Onderwijsmuseum, Annet Willigenburg van Unic die samen met ons in de uitzending was, en vele anderen via Twitter, zoals je hier, hier & hier kunt terugvinden.

Heb je nog aanvullingen, nieuwe inzichten of (vooral) wetenschappelijk onderzoek of harde data die bovenstaande argumenten verder onderbouwen of juist verwerpen? We horen het graag!
Heb je zelf een onderwijsvraag of wil je mee discussiëren over de Onderwijsvragen? Gebruik de hashtags #onderwijsvraag of #onderwijsvragen op sociale media!