#Onderwijsvraag 14: Waarom gaan we uit van een gemiddelde?
We verkennen de leersystemen van morgen en bevragen het onderwijssysteem van vandaag.
operation education, education, onderwijs, onderwijsvragen, waarom, waartoe, vragend veranderen, Claire Boonstra
3104
post-template-default,single,single-post,postid-3104,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,columns-4,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive

#Onderwijsvraag 14: Waarom gaan we uit van een gemiddelde?

Elke twee weken onderzoeken we op BNR, samen met luisteraars en onze volgers, een #Onderwijsvraag. Deze week bespraken we de eerste van een serie van drie speciale onderwijsvragen: ‘Waarom gaan we uit van een gemiddelde?’ Hieronder vind je een eerste verkenning van de historie, de voordelen, nadelen en alternatieven.

Wil je de uitzending terugluisteren,  klik dan hier voor de podcast!

waarom gaan we uit van een gemiddelde

 

Het ontstaan van het systeem

Een van de conclusies die we trokken uit de eerste dertien onderwijsvragen, is dat het systeem, de manier waarop we de dingen doen, zo verschrikkelijk moeilijk uit ons te krijgen is. We zijn er zo aan gewend. En ook wij in ons team betrappen onszelf er regelmatig op. Het zit gewoon in ons systeem. Ik wil je een aantal dingen aanreiken die ik recent heb geleerd en die voor mij ontbrekende puzzelstukjes waren waardoor ik nu beter begrijp hoe het allemaal zo gekomen is. Het betreft drie heel belangrijk gewoontes die overal in ons leven, ons onderwijs en in ons werken zijn ingeslopen en die terug te voeren zijn op de ideeën van drie mensen.

De eerste gaat over de vraag: Waarom gaan we uit van een gemiddelde? Vervolgens, en daarop voortbouwend gaat het over de vraag: Waarom hoger versus lager? En tenslotte: Waarom hebben we te maken met standaardisatie? In een drieluik zal ik dieper ingaan op deze speciale serie onderwijsvragen. Dit eerste deel gaat over het gemiddelde, over de manier waarop dit ons handelen bepaalt.

Waarom een gemiddelde?

‘Direct nadat je geboren wordt, doet het gemiddelde zijn intrede in je bestaan. Je lengte, gewicht en hoofdomtrek belanden gelijk in een grafiek, met een prachtige gemiddelde groeicurve. Er wordt zorgwekkend gekeken als je niet ‘tussen de lijntjes’ scoort. Op de basisschool wordt jou en je ouders al snel duidelijk of je je in de onderste of bovenste regionen van het basisonderwijs bevindt. Dat wordt allemaal keurig bijgehouden door het leerlingvolgsysteem. En zo treed je de wereld binnen van de gemiddelde mens. En van de mensen die daarvan afwijken.’

waarom gaan we uit van een gemiddelde

We zijn er gek op, op het gemiddelde, op de normaalverdeling die aangeeft wat normaal is, wat de norm is. Overal in de samenleving kom je het tegen, op het consultatiebureau, op school, op het werk: de gemiddelde lengte, gemiddeld gedrag, gemiddeld salaris, de gemiddelde leeftijd waarop je leert lopen, leert lezen, waarop je voor het eerst zoent. Het maakt dat je je continu afvraagt: hoe doe ik het ten opzichte van de ander?

Ik heb zelf in mijn tijd bij grote bedrijven als KPN en Unilever ervaren dat er één nauwkeurig omschreven profiel is van de ideale manager. Ik voldeed niet aan dat profiel, moest minderen waar ik teveel van had, en wat te weinig was werd mijn eeuwige ontwikkelpunt.

waarom gaan we uit van een gemiddelde

Ik begon me toen al af te vragen: waarom doen we het eigenlijk zo? Waarom hechten we zoveel waarde aan het gemiddelde?

De gemiddelde mens

Waarom wetenschappers, scholen en bedrijven de ‘gemiddelde mens’ tot norm hebben verheven, hebben we te danken aan het werk van Adolphe Quetelet (1796-1874), een Belgisch astronoom, wiskundige en statisticus en de uitvinder van de ‘Body Mass Index’.

Toen Quetelet zich op het pad van de sociale wetenschap begaf en de methodiek van het gemiddelde toepaste op de studie van de mens, bleek dat van doorslaggevend belang te zijn. Hij wilde orde scheppen in de chaos van het sociale gedrag, een wetenschap ontwikkelen voor de beheersing van de samenleving en ontketende daarmee een ware revolutie in de manier waarop de samenleving naar het individu keek.

Quetelet stelde dat de meting van een individuele persoon per definitie foutief was en dat de echte mens werd vertegenwoordigd door de gemiddelde persoon, het toonbeeld van perfectie. Daartoe berekende hij het gemiddelde van elk menselijk kenmerk waar hij data over kon vinden, zoals de gemiddelde lichaamslengte, het gemiddelde gewicht, de gemiddelde huidskleur, de gemiddelde leeftijd waarop mensen overleden.

Zo werd het tijdperk van het gemiddelde ingeluid. Vanaf dat moment stond gemiddeld gelijk aan normaal en individueel aan gebrekkig en afwijkend, en elk stereotype kreeg het goedkeurende stempel van de wetenschap.

Het gemiddelde geeft houvast

Dankzij het werk van Quetelet werd niet alleen orde geschapen in een steeds groter wordende chaos, ook werd de behoefte bevredigd om mensen in sterotypen in te delen. Overheden gebruikten het bijvoorbeeld om beleid uit te stippelen en burgers beter te begrijpen. In de wetenschap, de zorg, het onderwijs werd het toegepast om de ontwikkeling van de mens beter te begrijpen.

Het gemiddelde maakt het mogelijk om statistische analyses uit te voeren en onderling te vergelijken. ‘Op basis van de norm kun je bepalen wat de waarde is van ‘anders’’, zoals Roelof Hemmen mooi verwoordde in de uitzending van BNR Nieuwsradio. Het gemiddelde biedt een gemeenschappelijke taal waarmee je betekenis kunt geven aan wat er gaande is en aan de resultaten ervan.

Als we naar het onderwijs kijken, dan geeft een gemiddelde score in zekere zin feedback. Het geeft zicht op de effectiviteit van de les, op de ontwikkeling van de leerlingen ten opzichte van het gemiddelde. Een gemiddelde dat we bijvoorbeeld kunnen toetsen aan de norm die Cito in haar leerlingvolgsysteem hanteert. Een ander voorbeeld is de landelijke gemiddelde score op het centraal eindexamen die gebruikt wordt om vast te stellen in hoeverre leerlingen presteren ten opzichte van eerdere jaren. En op basis van de gemiddelde prestaties van 15-jarigen worden de resultaten van onderwijs tussen landen met elkaar vergeleken. Het geeft zicht op de vraag wat de staat van ons onderwijs is.

Ook in het bedrijfsleven biedt de norm houvast. Als we de norm hanteren bij de activiteiten die we ondernemen en de mensen die we daarbij inzetten, dan geeft dat een gevoel van veiligheid. Er kan je dan niet zoveel gebeuren.

Maar wat gebeurt er als we vasthouden aan een gemiddelde en leerlingen, of werknemers, daar niet aan voldoen, als ze buiten de norm vallen? En wat als we vasthouden aan een norm als deze misschien de norm niet meer is? Of kunnen we het idee van een norm, van een gemiddelde ook loslaten?

De gemiddelde mens in de praktijk

In 1952 had de US Airforce een probleem. Ze hadden goede piloten, betere vliegtuigen, maar de resultaten werden slechter en ze wisten niet waarom. Even dachten ze dat het aan de piloten lag. Later gaven ze de technologie de schuld en op een gegeven moment zelfs de vlieginstructeurs. Maar het probleem bleek uiteindelijk te maken te hebben met de cockpit. Het ontwerp van de cockpit was ooit ontworpen voor de gemiddelde piloot. Ze besloten te onderzoeken hoeveel van de 4063 piloten binnen dit gemiddelde paste. Dat deden ze aan de hand van tien factoren zoals armlengte en schouderbreedte. Wat denk je dat het resultaat was van deze zoektocht? Welk percentage van de piloten viel binnen het gemiddelde? 80 procent? 50 procent? 20? Het antwoord is nul. Zelfs als maar drie factoren werden meegenomen, valt nog altijd maar 3,5 procent binnen het gemiddelde. Oftewel: De gemiddelde mens bestaat niet!

Normaalverdeling

Wat we allemaal wel kennen is de normaalverdeling. De normaalverdeling beschrijft datgene wat normaal is, het kent een gemiddelde en een standaarddeviatie, oftewel de ‘standaard-afwijking’. De gemiddelde leeftijd dat kinderen leren lezen bijvoorbeeld, is zes jaar. Maar er zijn ook kinderen die al lezen als ze vier jaar zijn en daartegenover zijn er net zo goed kinderen die pas gaan lezen als ze acht jaar zijn. Of misschien nog later. Ik ken heel wat volwassenen die je nu als zeer succesvol zou bestempelen, die pas op hun tiende of nog later leerden lezen.

waarom gaan we uit van een gemiddelde

Maar toch is het zo dat wanneer je binnen het gemiddelde, binnen de norm valt, het allemaal goed is en dat je het lastig hebt wanneer je daarbuiten valt. Dat komt omdat uitgegaan wordt van een gemiddeld kind. Maar wat keer op keer uit onderzoek blijkt, is dat de gemiddelde mens niet bestaat. Misschien kun je een gemiddeld kind zijn waar het gaat om rekenen, maar ben je misschien een heel ander kind waar het gaat om je sociale ontwikkeling, je leiderschapscapaciteiten, of waar het gaat om samenwerken. Niemand is op alle aspecten gemiddeld.

We gaan dus sterk uit van het gemiddelde, van de norm, en van wat daar binnen of buiten valt. En als je erbuiten valt, spreken we tegenwoordig letterlijk van een stoornis, van een disorder: Autism Spectrum Disorder, Attention Deficit/Hyperactivity Disorder. Afwijkingen van het gemiddelde, standaardafwijkingen van een gemiddelde mens dat niet bestaat.

Diversiteit

Hoe verhoudt deze realiteit zich tot wat nodig is in de wereld van vandaag en morgen, tot wat we als individu en als samenleving echt belangrijk vinden om te leren? Hoe verhoudt het hebben van één norm voor iedereen zich tot de vrijwel oneindig grote diversiteit aan natuurlijke kwaliteiten die mensen kunnen hebben, en tot het vrijwel oneindig grote aantal rollen die mensen kunnen vervullen in de samenleving?

Professor Ricardo Hausmann heeft de ‘Economic Complexity Index’ ontwikkeld gebaseerd op onderzoek naar datgene wat een stad, land of regio economisch gezien succesvol maakt. Hij heeft verschillende factoren bekeken. Het aantal jaren dat onderwijs is gevolgd, bleek nauwelijks relevant, vier andere factoren wel: diversiteit, uniciteit, complexiteit en nabijheid van economische activiteit. Hoe meer van deze waardes in een bepaald gebied voorkomen, hoe sterker de economie. Dit geldt ook in de natuur: hoe diverser het ecosysteem, hoe sterker Ook voor mensen blijken deze factoren te gelden. hoe zou de samenleving er uit zien als we de factoren diversiteit, uniciteit, complexiteit en nabijheid een grotere prioriteit zouden geven?

Economic Complexity Index

Loslaten van het gemiddelde

Als we uitgaan van het gemiddelde dan maakt dat, zoals ik hierboven al even heb aangestipt, dat je je steeds afvraagt hoe je het doet ten opzichte van de ander. Zoals Karen Heij ook aangeeft in haar artikel ‘Van rangschikken groei je niet’, zijn veel op de norm gebaseerde en gestandaardiseerde toetsen bedoeld om leerlingen te vergelijken met elkaar, te rangschikken ten opzichte van elkaar of zelfs bedoeld als selectie voor vervolgonderwijs. Maar een leerling kan niet tot volle bloei komen als de feedback alleen een indicatie geeft van een positie in een rangorde.

Als we het gemiddelde loslaten, kunnen we differentiëren en ons richten op de ontwikkeling van de leerling zelf, ten opzichte van zichzelf. ‘Waar ga ik naartoe? Waar ben ik nu? En wat kan ik als volgende stap zetten? Alles gericht op het laten groeien van de leerling richting de doelen die hijzelf en het onderwijs voor hem in petto hebben.’

De uitdaging is dus om het leren zo te organiseren dat het ons lukt om het oneindig potentieel van mensen te ontwikkelen. En om te leren hoe je dat eigen en unieke potentieel een leven lang duurzaam en waardevol kunt inzetten in de samenleving.

‘Design not to the average but to the edges’

Na de constatering dat de gemiddelde piloot helemaal niet bestaat, besloot de US Airforce om niet langer gebruik te maken van vliegtuigen met een standaard cockpit. Ze vroegen de producenten van de vliegtuigen deze zo te ontwerpen dat ze geschikt waren voor de uiterste maten van de piloten, zodat deze geschikt zouden zijn voor zowel de kleinste als de grootste piloot. Dat riep in beginsel veel weerstand op. Het zou onmogelijk zijn, of in elk geval onbetaalbaar. Maar het leidde al snel tot de verstelbare stoelen die we nu ook in onze auto’s hebben. We weten niet beter meer.

Zoals Todd Rose zo mooi aangeeft in zijn TedTalk hierover: Let’s design the learning equivalent of adjustable seats. Let’s design education to the edges of the dimensions of learning. Design to the edges and we will reach our students and we’ll get their talent.’

Wil je meer lezen?

Het boek van Todd Rose, ‘De mythe van het gemiddelde’, heeft me veel inzichten gegeven over het ontstaan en de verdere vorming van ons onderwijssysteem. De combinatie met de ‘lessons learned’ in de afgelopen jaren en het eerdere onderzoek naar de #onderwijsvragen, gaf aanleiding tot dit drieluik over het hanteren van het gemiddelde en de gevolgen daarvan. Zeer de moeite van het lezen waard!

In de eerdere onderwijsvragen komt het gemiddelde regelmatig terug, zoals bij de onderwijsvraag over het centraal eindexamen, over het effect van cijfers en de verplichte keuze voor het voortgezet onderwijs op twaalfjarige leeftijd. In het blog met vijf opvallende conclusies na de eerste dertien onderwijsvragen, ga ik ook al in op de rol van het gemiddelde binnen het onderwijssysteem.

Tot slot

Deze onderwijsvraag is tot stand gekomen dankzij de waardevolle input, inzichten en bijdragen van Marjolein ten Hoonte en Karen Heij en via de reacties op Twitter, zoals je hier kunt terugvinden.

Heb je nog aanvullingen, nieuwe inzichten of (vooral) wetenschappelijk onderzoek of harde data die bovenstaande argumenten verder onderbouwen of juist verwerpen? We horen het graag!
Heb je zelf een onderwijsvraag of wil je mee discussiëren over de Onderwijsvragen? Gebruik de hashtags #onderwijsvraag of #onderwijsvragen op sociale media!

Ben je benieuwd naar de andere #onderwijsvragen? We hebben ze gebundeld op deze pagina!