Vier manieren om naar onderwijs te kijken
We verkennen de leersystemen van morgen en bevragen het onderwijssysteem van vandaag.
operation education, education, onderwijs, onderwijsvragen, waarom, waartoe, vragend veranderen, Claire Boonstra
2441
post-template-default,single,single-post,postid-2441,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-content-sidebar-responsive,columns-4,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive

Vier manieren om naar onderwijs te kijken

Bij het beantwoorden van de #onderwijsvragen belichten we naast de historie ook de voordelen, de nadelen en de alternatieven. Maar ten opzichte waarvan?

We proberen de vragen vanuit zoveel mogelijk verschillende invalshoeken te belichten. In dit artikel reik ik jullie vier manieren aan om naar onderwijs te kijken. Manieren die in het onderwijsveld gangbaar of bekend zijn en waarmee ik de beantwoording van de onderwijsvragen zal duiden. Deze perspectieven markeren een breed spectrum van verschillende gezichtspunten, dat reikt van een helder en begrensd beeld van onderwijs gericht op voornamelijk kwalificatie tot het perspectief waarbij onderwijs ondersteunend is aan een complexe en waardevolle verwevenheid tussen individu en de samenleving. Daartussen worden stapsgewijs steeds meer aspecten meegenomen als uitgangspunt van het doel van onderwijs wat een steeds breder en veelzijdiger perspectief biedt.

De perspectieven bieden ook een leidraad voor het doorgronden en doorzien van een eigen, persoonlijk perspectief.  Ik wil iedereen aanmoedigen om vooral vanuit dat perspectief te (leren) kijken en geef daarom ook mijn eigen perspectief op basis waarvan ik zelf keuzes maak.

Perspectief #1

Het doel van onderwijs is het behalen van een op intelligentieniveau gebaseerd en door de overheid gecontroleerd diploma, door middel van het aanbieden van een gedegen vakinhoud, klassikaal geïnstrueerd door een vakkundig docent.

Door de groeiende behoefte om kennis van mens tot mens over te dragen en dit structuur te bieden, werden sinds het begin van de 19e eeuw steeds meer scholen opgericht en ontstond vanaf 1917 dankzij de gelijkstelling in bekostiging het onderwijssysteem zoals we dat nu in grote lijnen nog kennen. Om zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs ontstond bij de overheid de behoefte de opbrengsten van het onderwijs zichtbaar te maken en onderling met elkaar te kunnen vergelijken op basis van een vastgestelde norm. Deze resultaten geven inzicht in de kwalificatie van de leerlingen, gemeten op een aantal vastgestelde domeinen ten opzichte van die norm en bieden inzicht in de mogelijkheden van deze leerlingen deel te nemen aan passende vormen van (vervolg)onderwijs. Eind jaren ‘90 begon de OECD met de internationale PISA-ranglijsten – een soort internationale Cito-toets om landen onderling met elkaar te kunnen vergelijken op onderwijsgebied. Sindsdien werd onderwijskwaliteit een politiek issue, en ontstond het streven om ‘het beste onderwijs van de wereld’ te hebben. Eerder was het funderend onderwijs (van 4 tot 16/18 jaar) nooit zo heel belangrijk in Den Haag en de publieke opinie.

Deze inrichting van onderwijs is sinds jaar en dag onderdeel van ons dagelijks leven, basis van onze ontwikkeling tot de mens die we nu zijn. Het is, blijkens de gangbare keuzes van ouders, leerkrachten, studenten, bestuurders, politici, veelal de gewoonte, de ‘gepercipieerde realiteit’.

Perspectief #2

Het doel van onderwijs is het op een volwassen manier in de wereld komen, door onderwijs te geven in drie domeinen: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.

Dit is de visie van Gert Biesta, hoogleraar “Pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming” aan de Universiteit voor Humanistiek (namens het NIVOZ), dat is verwoord in zijn boek “Het prachtige risico van onderwijs”. Gert Biesta’s visie wordt zeer breed gedragen in het Nederlandse onderwijsveld en wordt in de ontwikkeling van het onderwijs inmiddels als standaardwerk gezien. Het vormt de basis van onder andere het advies over de ontwikkeling van een nieuw curriculum van het platform Onderwijs 2032, het advies over het leren van de toekomst van De Nationale Denktank, en van diverse nieuwe scholen die afgelopen tijd zijn opgericht of in oprichting zijn. Biesta onderscheidt drie doeldomeinen van het onderwijs, zonder voor te schrijven hoe deze drie domeinen precies ingevuld zouden moeten worden omdat in ieder van de domeinen nog heel verschillende visies geformuleerd kunnen worden over wat wenselijk is. De drie domeinen zijn:

  • Kwalificatie: het verwerven van kennis, vaardigheden en houding die jonge mensen kwalificeren om iets te doen.
  • Socialisatie: de manier waarop we via het onderwijs deel worden van bestaande tradities en praktijken
  • Persoonsvorming (of subjectificatie): de persoonlijke ontwikkeling, hoe we leren te zijn in relatie tot anderen, wat het betekent om verantwoordelijk te zijn, en open te zijn en te blijven ten opzichte van de vragen die op ons af komen.

Voor een toelichting op de theorie van Gert Biesta en de drie domeinen, verwijs ik je naar artikelen op de website van wij-leren.nl over het prachtige risico van onderwijs en over persoonsvorming en subjectificatie en naar een artikel op de website van het NIVOZ.

Biesta noemt ook zeven thema’s voor het onderwijs: scheppen, communicatie, lesgeven, leren, emancipatie, democratie en virtuositeit. Ik kan het lezen van zijn boek zeer aanraden.

Perspectief #3

Er zijn vier doelen van onderwijs: economisch, cultureel, sociaal en persoonlijk.

Dit is de visie van Sir Ken Robinson verwoord in zijn boek “Creatieve scholen” (Creative Schools). Emeritus Professor Sir Ken Robinson is bekend van zijn TED talks, oa “Do Schools kill creativity?”, “Bring on the learning revolution” en “Changing education paradigms”, die met tientallen miljoenen views de best bekeken TED talks ooit zijn.

Robinson ziet vier doelen voor het onderwijs:

  • Economisch: onderwijs moet leerlingen in staat stellen om economisch verantwoordelijk en onafhankelijk te worden
  • Cultureel: onderwijs moet leerlingen in staat stellen om hun eigen cultuur te begrijpen en te waarderen en de diversiteit van andere culturen te respecteren
  • Sociaal: onderwijs moet jongeren in staat stellen om betrokken en actieve burgers te worden
  • Persoonlijk: onderwijs moet leerlingen in staat stellen om zich zowel in te laten met hun innerlijke wereld als met de wereld om hen heen

Hoewel Sir Ken Robinson wel eens wordt verweten ‘te veel op creativiteit gefocust te zijn’, gaat hij in zijn boek ‘Creatieve Scholen’ in op de invulling van de volle breedte van zijn vier doelen. Het biedt tevens een interessante kijk op de onderwijsgeschiedenis en is in het algemeen zeer lezenswaardig.

onderwijsvragen

Vrijheid van Onderwijs

In Nederland is de vrijheid van onderwijs in de grondwet (artikel 23) verankerd. Dat is een groot goed. Dit betekent dat het scholen vrij staat het onderwijs in te richten naar eigen pedagogisch-didactische of levensvisie. Dat er in de realiteit allerlei wetten en praktijken zijn die daar tegen ingaan (zoals de nu nog beperkte keuze uit Rooms-Katholieke, Protestants-Christelijke of Openbaar Bijzondere basisscholen en de geldende wijze van toetsing en examinering) is iets wat we moeten onderzoeken en waar nodig doorbreken – maar feit is dat het in Nederland uniek is dat er al veel verschillende onderwijsvormen bestaan, zoals Montessori, Dalton, Jenaplan, Freinet en de Vrije School.

Het gegeven dat wij als ouders de school voor onze kinderen mogen kiezen, is (hoewel Europees geregeld) iets wat niet overal vanzelfsprekend is. In landen als Finland, Frankrijk, Australië, Noorwegen, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, sommige Duitse deelstaten en verschillende staten in de Verenigde Staten, worden kinderen voor publieke scholen ingedeeld naar postcode – met neveneffecten op huizenprijzen in wijken met ‘goede’ scholen. In Amsterdam zijn er soortgelijke effecten, maar dat is voornamelijk ingegeven door de (te) grote vraag naar bepaalde scholen – want in de basis kunnen we in Nederland zelf een school kiezen.

Het hebben van een keuze maakt ook dat het voor ons als ouders belangrijk is om die keuze heel bewust te maken. Daarvoor is het noodzakelijk ook voor jezelf je eigen en persoonlijke antwoord op de waartoe-vraag (“Wat is het doel van onderwijs?”) te beantwoorden, en vervolgens op dat antwoord je eigen onderwijskeuzes te baseren. Op deze vraag zijn geen goede of foute antwoorden te geven – wel meer of minder bewuste of doordachte antwoorden.

Hierbij, ter kennisgeving, de antwoorden van mij:

Persoonlijk perspectief

Het onderwijs staat ten dienste van het gehele (opgroeiende) individu aan de ene kant, de gehele samenleving en planeet aan de andere kant en het creëren van de maximale waarde daartussen.

In mijn ogen zijn er vijf subdoelen voor het onderwijs:

  1. Het ontketenen van het eigen en unieke oneindig potentieel, en leren dit waardevol in te zetten in de samenleving
  2. Leren je eigen toekomst vorm te geven
  3. De voorwaarden voor vrede en duurzame ontwikkeling begrijpen en meester zijn
  4. Leren om gezond en gelukkig te leven
  5. Het ontwikkelen van een sterk en divers ecosysteem

De laatste perspectieven zijn niet alleen holistisch, ze zijn wellicht ook idealistisch te noemen. Het zijn niet alleen heel individuele, maar zouden zelfs politieke keuzes zijn. Daarom kunnen ze – in het huidige politieke speelveld – ook (nog) niet leidend zijn in besluiten die gaan over de huidige inrichting. Het is, in een debat over de vraag waar we naartoe zouden willen, echter wel interessant om het effect van bepaalde keuzes vanuit een breed en holistisch perspectief te belichten. Want beslissingen aan de ene kant, kunnen (onbedoeld) grote effecten hebben aan de andere kant. Het is belangrijk ons ook daar bewust van te zijn.

Mis ik nog leidende perspectieven bij het kijken naar onderwijs? Vanuit welk perspectief kijk jij zelf?