Wat is dit een mooie tijd om schoolleider te zijn!

Agora in Roermond is een school zonder jaarklassen, zonder vakken en zonder cijfers. Zij richten het onderwijs radicaal anders in. Toch deden leerlingen van Agora dit jaar voor het eerst mee aan het centraal eindexamen, en met succes. Jan Fasen is een van de oprichters van Agora en interim directeur van Niekée. Samen met Jasmijn Kester, Tijl Koenderink en Operation Education is hij initiatiefnemer van de School van Schoolleiders en een van de vaste begeleiders van Expeditie Leiderschap – het intensieve, transformatieve traject voor vernieuwende leiders in onderwijs.

Binnenkort start een nieuwe groep leiders in onderwijs & ontwikkeling met het traject van Expeditie Leiderschap. Samen bouwen we aan de fundamenten van het onderwijs van de toekomst. Ben jij erbij? Maak nu alvast kennis met Jan Fasen.

Jan Fasen over leiderschap in onderwijs | Een portret

Het onderwijs, zo ongeveer het laatste taboe: we weten niet beter, omdat het al generaties lang hetzelfde is. Maar hoe heb jij ontdekt dat het anders kan? Wat heeft jou zo geraakt dat je dit bent gaan doen?

Ik heb zelf helemaal geen fijne schooltijd gehad. Als ik zie wat nu kan en mag, dan staat dat in geen enkele verhouding tot hoe ik zelf ben begonnen. Ik kwam op de LTS terecht waar ik techniek moest doen, waar ik helemaal geen zin in had. Maar niemand vroeg mij wat ik ervan vond. Terwijl ik thuis heel andere dingen deed. Ik was gefascineerd door psychologie, psychiatrie, theologie. Uiteindelijk is dat ook mijn werk geworden. Via vele omwegen heb ik me weten te ontworstelen aan het systeem en heb ik mijn eigen route kunnen kiezen. Ik heb jaren in de psychiatrie gewerkt en ben afgestudeerd als theoloog.

Een vormingsmoment voor mij, zijn mijn jaren in de psychiatrie. Daar heb ik gezien wat er gebeurt bij jong en oud, als autonomie, vrijheid en vreugde er niet meer zijn in je leven. Wanneer je geen zeggenschap meer hebt over wie je bent, wie je wil zijn en wie je mag zijn. Als anderen dat voor je bepalen. Wat heel vaak in de opvoeding gebeurt, maar ook op scholen. Die mensen worden ziek. Letterlijk. Ik heb daar tragische gevallen meegemaakt. Daar maakte ik kennis met een stroming die de antipsychiatrie heet. Hun uitgangspunt is: het zit niet in de mens, dat hij ziek wordt, het zit in de omgeving die hem ziek maakt. Dat was een manier van denken die mij zeer geïnspireerd heeft. En sinds mijn eigen schooltijd is er geen fluit veranderd. Er lopen nog steeds kinderen rond die dingen moeten doen die ze niet willen, waar ze niet om hebben gevraagd. Die niet worden gezien, niet worden gehoord.

Stel kinderen drie vragen: wie ben je (niet hoe heet je), wat doe je als je thuis bent, en waar droom je van? Wanneer je de antwoorden die je dan krijgt op je laat doorwerken dan begrijp je waarom er een mismatch is tussen wat we op school van kinderen verwachten en wat zij zelf betekenisvol vinden in hun leven.

Toen ik de baas werd van een school, om het zo maar even te zeggen, voelde ik de professionele maar ook de morele plicht om daar iets aan te doen. Wat me overigens geen enkele moeite kostte, ik word er blij van dat ik dat mag doen.
Het was dus geen bijzondere gave, maar het inzicht wat ik zelf heb opgedaan tijdens mijn eigen leven. En dat hebben we als innovatieve schoolleiders allemaal met elkaar gemeen. Maar je moet wel de moed en het lef hebben om het te doen. Nogmaals, iedereen kan op zijn school een Agora beginnen. Maar er zijn er maar weinig die het doen. Dit jaar heeft de eerste lichting van onze school meegedaan aan het eindexamen en die leerlingen hebben mooie resultaten bereikt. Ik ben daar heel blij mee – ook al is ons onderwijs anders ingericht, het eindexamen blijft een belangrijk ijkpunt in Nederland, dat mensen dan zeggen: ‘oh het werkt wel, dan durf ik het ook aan’.

Maar je moet ergens beginnen. Wat is jouw eerste stap geweest, als eindverantwoordelijk schoolleider?

Je mag van een schoolleider verwachten dat hij een verhaal heeft. Een schoolleider is geen omhoog geklommen leraar meer die op de winkel past. Schoolleider zijn is echt een vak geworden. Een belangrijk onderdeel van dat vak, is dat je een verhaal hebt. Dat noemen we een visie, maar het is vooral een verhaal over de groei en ontwikkeling van kinderen, over de groei en ontwikkeling van mensen in z’n algemeenheid. We willen allemaal iedere dag opnieuw tot onze dood een beetje beter worden in het leven. Dat heeft de biologie ons gegeven. En dat willen we op een zo plezierig mogelijke en betekenisvolle manier doen. Eigenlijk is het een heel simpel verhaal. En juist daarom raakt het mensen. Iedereen wil het beste voor zijn kinderen, en wil dat die kinderen zelf leren nadenken over de samenleving waarin zij straks willen leven. Als je dat met elkaar verbindt, dan is de eerste stap: het gesprek met elkaar aangaan.

Schoolleider zijn is echt een vak geworden. Een belangrijk onderdeel van dat vak, is dat je een verhaal hebt.

Het tweede wat ik geleerd heb: in dat gesprek niet meteen zeggen hoe de school er vervolgens mij als schoolleider dan uit moet zien. Ik geef aan wat ik niet meer wil zien. Bijvoorbeeld, zoals bij Agora, geen klassen, lessen, lesmethodes en homogene groepen meer. Dat is dan het kader. Met een inspirerend verhaal en heldere uitdagende nieuwe kaders worden leraren verleid opnieuw aan de slag te gaan en vanuit hun eigen overtuigingen en kennis ander onderwijs te ontwerpen dat past binnen het verhaal en de kaders van de schoolleider. Geef ze dan ook wel de bevoegdheid en de ruimte om dat neer te zetten waar ze zelf het meeste vertrouwen in hebben. Dat het meest past bij hun persoonlijke verhaal over groeien en ontwikkelen van kinderen. Dan gebeuren er mooie dingen in school. Die je zelf van te voren nooit had kunnen bedenken.

De vierde stap is: Schrijf het pas op als het werkt. Stop met het schrijven van al die beleidsplannen vooraf. Je moet het pas opschrijven als het werkt. Want anders maak je weer een plan, met allerlei doelen die gehaald moeten worden. Uiteindelijk ben je dan alleen maar bezig met het managen van weerstand.

Je had het net over een aantal eigenschappen die een schoolleider goed kan gebruiken. Moed, lef, visie. Is er nog meer onontbeerlijk voor een leider van een nieuwe school?

De vier pijlers die ik net noemde, hielpen mij enorm. En omring je met een team. Bij Agora heb ik een team van leraren die het gewoon doen. Ik zit alleen nog maar aan de faciliterende kant. Het verhaal is geland. De leraren doen het iedere dag, zij zijn een zelforganiserend team geworden. Het enige wat ik nog vraag is: wat heb je nodig? En ze krijgen het altijd. Behalve als de visie in gevaar komt.

En je hebt binnen je team absoluut vertrouwen nodig. Vertrouwen krijg je door vertrouwen te geven. Door te weten wie welke kwaliteiten heeft. Teamwork is een absolute noodzaak, want in je eentje kun je helemaal niks.

Misschien wel het allermoeilijkste voor een schoolleider: blijf uit de fuik van het bemoeien. Heb vertrouwen, ook al zou het jouw keus niet zijn op dat moment. Ga er maar van uit: het besluit wat je vandaag genomen hebt, is vandaag een goed besluit. Maar morgen kan dat weer heel anders liggen. Soms moet je dan tot de conclusie komen: vandaag moesten we dat besluit nemen, maar toch doen we het morgen anders. In traditionele managementboekjes noemen ze dat ‘zwalken’. In de huidige ontwikkeling is dat wijsheid. Als schoolleider heb je vooral een belangrijke faciliterende rol, maar ook de rol van uitlegger waarbij je telkens het verhaal over het waarom moet herhalen. Ik peuter elke dag aan het verdiepen van het bewustzijn bij leraren over leren. Dat gaat dieper dan het aanleren van skills. Dat gaat over het creëren van individuele en collectieve wijsheid, rust en inzicht in hoe kinderen leren en zich ontwikkelen. Wanneer je dat door hebt, wil en kun je niks anders meer.

Jij hebt een helder verhaal. Voor een buitenstaander klinkt het bijna simpel, alsof iedereen dit kan doen, mits je over de juiste eigenschappen en visie beschikt. Maar je bent ongetwijfeld heel veel uitdagingen tegengekomen onderweg. Kan je daar iets over vertellen?

De eerste uitdaging die je tegenkomt is ongeloof: ‘dat kan niet’. Ongeloof, dat we het in de praktijk niet voor elkaar gaan krijgen. In eerste instantie had ik de neiging om in de verdediging te gaan, maar dan krijg je strijd. Dat was voor mij wel een uitdaging, om niet dogmatisch te worden. Dat is een valkuil waar je voor op moet passen: ‘daar komt-ie weer. Maar gelukkig gaat-ie ook weer weg. Kunnen we weer over tot de orde van de dag’. Je mag absoluut overtuigd zijn van je missie, maar ga daarin niet de strijd aan. Zet je niet af tegen andere inzichten en meningen. Leg slechts uit wat je bedoelt.

Wat ik ook geleerd heb, is dat het niet helpt om mensen uit hun comfort zone te halen. Daar schiet je niks mee op, worden ze onrustig van. En ongelukkig.  Het is beter om met voldoende vertrouwen en bakens te verleiden om hun eigen comfortzone te verruimen. Het is namelijk echt niet allemaal fout. Zolang we maar in ontwikkeling blijven, die volgende stap blijven zetten.

Waar ik ook steeds tegenaan liep, is onze voortdurende hang naar structuur. Wij zijn structuralisten van de bovenste plank. Helemaal niet raar, want steeds weer die onzekerheid ervaren, dat is een naar gevoel. En ik hoor soms van collega’s terug dat ze bang zijn voor de oppositie in hun eigen school. Maar ga ook vooral met die groep het gesprek aan. Probeer ze binnenboord te houden. Je moet zo’n grote organisatie niet meteen op de kop willen zetten. Begin gewoon daar waar het al gebeurt.
Dat zijn allemaal uitdagingen waar ik van heb geleerd, waar ik fouten in heb gemaakt.

Je vat het kernachtig samen. Heb je nog een paar mooie oneliners voor ons?

Er is er eentje die ik graag gebruik: ‘we doen hier niets wat aantoonbaar slecht is voor kinderen’. En met aantoonbaar bedoel ik: wetenschappelijk hebben we zoveel onderzocht wat niet goed is voor kinderen, waar we ons in scholen helemaal niets van aantrekken. Een tweede is: ‘elk kind wil en kan leren’. Punt. Vooruit, nog eentje: ‘zet kinderen aan het stuur van hun eigen leerproces, en hun leerresultaten schieten omhoog’.

Zet kinderen aan het stuur van hun eigen leerproces, en hun leerresultaten schieten omhoog.

Jullie hebben samen met Operation Education met z’n drieën het initiatief genomen tot de School van Schoolleiders. Jullie zijn alle drie totaal verschillende types, hebben een ander pad bewandeld. Zijn er dingen die jij specifiek van Tijl of Jasmijn hebt opgestoken?

Van Tijl onmiskenbaar z’n ondernemerschap. En zijn durf. Zijn daadkracht op dat gebied. Ik doe het allemaal nog binnen het bestaande bestel, maar hij doet dat ook daarbuiten. Daar heb ik ongelofelijk veel respect voor. Ik leer veel van hem; ik ben wel ondernemend, maar ik ben geen ondernemer. En hij is beide.

Jasmijn is een brok authenticiteit. Haar bevlogenheid vind ik heel mooi om te zien. In die zin voeden we elkaar wel in die School van Schoolleiders. We kunnen elk ons domein pakken, waar toekomstige of zittende schoolleiders zich voor een deel in kunnen herkennen en mogelijkerwijs als belangrijk gaan zien voor hun eigen persoonlijke, maar ook voor hun professionele ontwikkeling. Dat maakt ons een mooi team samen.  

Je wordt vaak om advies gevraagd. Word je daar soms niet moe van?

Nee, helemaal niet. Ik voel me iedere dag een beginner. Omdat ik niet weet hoe deze dag eindigt. En door mijn gesprekken met anderen word ik ook iedere keer gevoed. Ik krijg iedere keer weer vragen die mij scherp houden.

En wat we elkaar vooral voor moeten houden is: jongens, we hebben een missie. We hebben een visie. We willen iets voor de kinderen neerzetten. En impliciet weten we allemaal dat we het anders moeten gaan doen in onze scholen. Ik heb ook mijn onzekerheden. Tot 13 juni onlangs wist ik niet of alle eindexamenkandidaten ook zouden slagen. Dat voelde heel ongemakkelijk. Want iedereen komt hier kijken en ziet dat er prachtig werk wordt verricht en is enthousiast; ‘zo moet het!’, maar ik dacht toch altijd maar: als straks blijkt dat maar 20% van mijn leerlingen slaagt, zeggen ze dat dan ook nog? Terwijl ik wel weet, dat we ze geweldige dingen hebben geleerd. Dat ze zo in de maatschappij kunnen stappen. Maar dat stomme papiertje, dat doet ertoe snap je. Dus ik ben me ook wel bewust van de gevaren die dat schijnbare missionariswerk, wat ik dus niet wil, met zich mee kan brengen. Daar kun je ook diep in vallen. Maar uiteindelijk bleek al die onzekerheid niet nodig. De leerlingen hebben uitstekend gescoord voor hun eindexamens. Het kan dus! Via een route waarbij elke unieke leerling en zijn leerproces echt centraal staan toch voldoen aan de eindtermen die de overheid vast heeft gelegd in de wet.

Je zegt: ik begin iedere dag als een beginner. Dat is voor veel mensen doodeng, de meeste mensen willen in ieder geval op een gegeven moment weten dat ze comfortabel zitten, dat ze weten waar ze aan toe zijn. Hoe ga jij daar mee om, met die onzekerheid?

Het scheelt als je een bepaalde mate van hang naar avontuur in je ziel hebt. Het helpt ook als je een beetje risico durft te nemen. En daar dan ook van kan genieten. Als je er onder gebukt gaat, wordt het wel heel lastig.

En dat rotsvaste vertrouwen. Hoe groter de groep is die we om ons heen hebben, hoe sterker ik geloof in de kwaliteit van de collectieve hersenkwab die dan bij elkaar zit. De intelligentie en wijsheid die daar bij elkaar zit. Dan kun je bijna niet de verkeerde besluiten nemen. Dat kan gewoon niet.

En als ik kijk naar Agora, daar zit zoveel vertrouwen bij de ouders. Ouders zijn niet gek. Die sturen hun kind niet naar iets waarvan zij voelen: dat leidt tot niets. En wat we nu zien: geen enkele ouder haalt z’n kind weg. Integendeel: zelfs uit hetzelfde gezin komt inmiddels het derde kind hier naartoe. Maar dat vertrouwen, daar ontleen ik mijn zekerheid aan. En mijn eigen vertrouwen. Een knappe inspectie die hier komt kijken en zegt: ik sluit de tent. Dus het zit ‘m echt in het collectief. Dat is ook de kracht van de School van Schoolleiders. Het collectief, samen het gevoel hebben dat we goede dingen doen. Met z’n allen de schouders eronder, huppekee, aan de slag.

Je hebt het vaak over professionaliteit, maar wat betekent dat voor jou? Vroeger stond professionaliteit veel meer los van de persoon. En als ik jou zo hoor, durf jij je kwetsbaar op te stellen. Je bent ook heel erg Jan.

Daar heb ik nog nooit zo diep over nagedacht, maar vorige week realiseerde ik me dat ik eigenlijk altijd hiermee bezig ben. Dat gaat nooit uit m’n kop op de een of andere manier.

Maar professionaliteit is ook je realiseren dat er meer is, dat je meerdere rollen hebt in je leven dan alleen maar schoolleider, en dat je daar de goede balans in vindt. Anders hou je het niet vol. Want wat is dit een mooie tijd om schoolleider te zijn!

‘Enabling educational leaders to lead the change’

We voelen we dat er een transformatie nodig is in het onderwijs, dat het tijd is om samen grenzen te verleggen en dat het vraagt om een nieuwe manier van leiderschap. Hoe geef je handen en voeten aan die transformatie? Samen bouwen we aan de fundamenten van het onderwijs van de toekomst. 

Expeditie Leiderschap 2018-2019

Het leidinggeven aan de transformatie vraagt om een eigen visie en een scherp beeld van goed onderwijs. Het begint met het geven van het goede voorbeeld door allereerst zelf tot volle bloei te komen. Verken en ontwikkel jouw leiderschap!