#Onderwijsvraag 10: Waarom geven we huiswerk?
We verkennen de leersystemen van morgen en bevragen het onderwijssysteem van vandaag.
operation education, education, onderwijs, onderwijsvragen, waarom, waartoe, vragend veranderen, Claire Boonstra
2911
post-template-default,single,single-post,postid-2911,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,columns-4,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive

#Onderwijsvraag 10: Waarom geven we huiswerk?

Elke twee weken onderzoeken we op BNR, samen met luisteraars en onze volgers, een #Onderwijsvraag.  Deze week bespraken we de vraag ‘Waarom geven we leerlingen huiswerk?’ Hieronder vind je een eerste verkenning van de historie, de voordelen, nadelen en alternatieven.

Wil je de uitzending terugluisteren, klik dan hier voor de podcast!

 

waarom geven we huiswerk

Waarom geven we huiswerk? Om lessen voor te bereiden, om dat wat we hebben geleerd nog eens te oefenen en daardoor beter te begrijpen en te onthouden, of omdat het er gewoon bij hoort en we het zo gewend zijn? Hoe is het eigenlijk ontstaan? Wat zijn de voordelen, de nadelen en wat zijn alternatieven?

De oorsprong van huiswerk

Het huiswerk vond zijn oorsprong in de 2e helft van de 19e eeuw toen nieuwe schoolvormen zoals de HBS ontstonden, vertelt Tijs van Ruiten van het Onderwijsmuseum. Ook op de lagere school werd in die tijd huiswerk gegeven, hoewel we ervan uit kunnen gaan dat dat alleen voor de wat oudere leerlingen gold.

Huiswerk was, naast de openbare lessen die ouders zo nu en dan konden bijwonen, een manier om ouders te informeren over ‘de opvoeding en de ontwikkeling die de school bedoelt’. Maar bovenal werd het huiswerk gegeven als middel ‘ter bevestiging van het vroeger geleerde’. Het diende met name voor het bestendigen van kennis en daarnaast werd het gezien als middel om zelfstandig te leren werken. De pedagoog en hoofdonderwijzer Jan Geluk stelde in 1882 in zijn ‘Woordenboek voor opvoeding en onderwijs’ een aantal regels op waaraan het huiswerk moest voldoen. ‘Het moet hem een zeker kwantum aan opmerkzaamheid en nadenken kosten, zonder zijn krachten te boven te gaan’.

Het huiswerk diende volgens hem schriftelijk werk te zijn, het moest in het verlengde van de les liggen en mocht geen resumé van de les zijn. Daarnaast gaf hij aan dat wanneer de schooltijd voldoende was voor het werk dat gedaan moest worden, er spaarzaam omgegaan moest worden met huiswerk. Het doel was dus niet ‘meer’ werk. Mocht er dan toch huiswerk gegeven worden, dan zou het doel moeten zijn leerlingen zelfstandig te leren werken. En wat hij benadrukte: Het huiswerk moest door de leraar zorgvuldig gecorrigeerd worden en de leerlingen moeten absoluut zeker zijn dat dat ook het geval is.

Later, in de periode voor de Tweede Wereldoorlog ontstond huiswerk dat er vooral op gericht was om lesstof uit het hoofd leren, de rijtjes, de tafels, wat na schooltijd thuis werd gedaan. Na de Tweede Wereldoorlog werd het geven van huiswerk steeds vrijer, minder gebonden aan regels zoals hierboven genoemd en ontstonden er ook bewegingen voor huiswerkvrije scholen.

Waarom geven we huiswerk?

Er waren in de tweede helft van de 19e eeuw dus duidelijke doelen gesteld aan het huiswerk en werd er nadruk gelegd op het gewenste effect ervan. Als we kijken naar het huiswerk van nu, dan kunnen we ook een aantal terugkerende doelen benoemen. Pedro de Bruyckere schrijft over wetenschappelijk onderzoek en de betekenis daarvan in het onderwijs. In twee artikelen op het Blogcollectief Onderzoek Onderwijs, schrijft hij over de doelen en de effecten van huiswerk.

Wat is het doel van huiswerk?
De doelen van huiswerk zijn volgens Pedro grofweg in te delen in vier thema’s:

  1. oefenen of herhalen van wat geleerd is in de klas
  2. voorbereiden op komende lessen
  3. extensie, het toepassen en gebruiken van wat geleerd is in een nieuwe situatie
  4. integreren van vaardigheden en concepten, dat vooral gebruikt wordt voor werkstukken en projecten

Andere doelen die genoemd worden en deels vergelijkbaar zijn, zijn zelfstandig leren werken, oefenen met de lesstof en een brug slaan tussen leren op school en thuis.

En wat is het beoogde effect?
Maar heeft het huiswerk ook het beoogde effect? Uit onderzoek blijkt dat er een aantal randvoorwaarden zijn waarbinnen huiswerk ook daadwerkelijk resultaat oplevert. Zo heeft het huiswerk effect:

  • als er achteraf door de docent iets mee gedaan wordt in de klas of met de leerling zelf,
  • als het huiswerk niet teveel tijd in beslag neemt,
  • als rekening gehouden wordt met de leeftijd qua ontwikkeling en qua tijd (zo geldt in het algemeen de regel ‘10-minuten-per-leerjaar-erbij’) en
  • als je (de juiste) begeleiding van thuis krijgt.

‘Huiswerk is te vaak weinig of niet nuttig’, zo verwijst Pedro in zijn artikel naar de conclusies van het onderzoek van Maltese et al. ‘Maar aan de andere kant is het huiswerk dat in het voortgezet onderwijs voorbereidt op een les, waarbij je er als leerkracht voor zorgt dat het je in staat stelt om veel (persoonlijke) feedback te geven aan je leerlingen en het hen helpt beter in te schatten wat ze wel of niet kunnen, het soort huiswerk dat dan weer wel behoorlijk effectief is.’

Wat zijn de voordelen?

Uitgaande van effectief huiswerk, waarbij rekening gehouden wordt met de leeftijd van de leerlingen, met de duur van het huiswerk en de feedback en support die de leerlingen krijgen, kan het huiswerk een aantal belangrijke voordelen hebben. Zo blijkt uit onderzoek van het NRO dat huiswerk ervoor zorgt dat leerlingen de leerstof beter onthouden en begrijpen, doordat ze hun kennis en vaardigheden verfijnen en uitbreiden. En het bevordert de verwerking van informatie, het leert leerlingen kritisch nadenken over dat waar ze mee bezig zijn, het is een goede voorbereiding op komende lessen en het bevordert het zelfstandig werken.

Wat zijn de nadelen?

Nadelen kleven ook aan huiswerk. Als het teveel is, is er weinig tot geen tijd voor de  persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen en missen ze de nodige ontspanning.

Juf Brandy, die aan het begin van dit schooljaar aan de ouders van haar leerlingen een brief schreef, pleit voor ‘levenswijsheid en kunde en persoonlijke ontwikkeling, voor spelen, voorlezen, samen met familie zijn, op tijd slapen’. Er is veel aandacht in de media geweest voor haar brief. In dit artikel bijvoorbeeld, waar we ook de inzichten van Pedro kunnen terugvinden: “Hoewel niet alle huiswerk per definitie overbodig is, toont onderzoek aan dat huiswerk relatief weinig effect heeft, vooral bij kinderen uit de basisschool.”
Ook in dit artikel van Omdenken wordt de brief van juf Brandy aangehaald. Daarin wordt ook verwezen naar een artikel van Washington Post waaruit blijkt dat huiswerk op de basisschool geen effect heeft, en dat het weinig tot geen effect heeft op de middelbare school.

Een averechts effect van teveel huiswerk is ook het verlies van interesse in de opdracht of zelfs in het leren op zichzelf, door fysieke, maar ook emotionele vermoeidheid en stress.

Andere nadelen die genoemd worden in het artikel ‘Zes mythes over huiswerk’ zijn:

  • De rol van de ouder wordt de rol van ‘leraar’ wat tot verwarring leidt.
  • Huiswerk is vaak voor iedereen hetzelfde, er wordt geen rekening gehouden met nodige differentiatie.
  • Er is te weinig aandacht voor en begeleiding bij de planning van het huiswerk, dat meer nog geldt voor de basisschool, maar zeker ook voor de (eerste jaren) op het voortgezet onderwijs.
  • Het wordt ingezet om tijd in te halen met werk dat eigenlijk op school, onder begeleiding van de leerkracht, zou moeten plaatsvinden.

In het verlengde hiervan, kan huiswerk ook aanzetten tot ongelijke kansen omdat bepaalde jongeren te weinig ondersteuning kunnen krijgen van hun ouders. Een ander aspect dat daarbij een rol speelt, is de hoogte van het inkomen van de ouders en de mogelijkheid al dan niet huiswerkbegeleiding in te zetten. In het blog over de onderwijsvraag ‘Waarom een centraal examen’, verwijzen we daar ook naar.

Wel of geen huiswerk?

De uitkomsten van recent onderzoek maar ook de eerste inzichten uit de 19e eeuw maken duidelijk dat de discussie niet moet gaan over wel of geen huiswerk, maar over het soort huiswerk en het nut ervan. En zoals Pedro de Bruyckere ook stelt, kunnen we concluderen dat, gegeven het feit dat huiswerk een dagelijkse activiteit is voor de meeste leerlingen en iedere huiswerkopdracht tijd en energie kost van leerlingen, docenten en ouders, het zo belangrijk is dat docenten het huiswerk zorgvuldig ontwerpen om specifieke doelen te bereiken. Op die manier kunnen meer leerlingen het huiswerk met kwaliteit afmaken, en waar dit wordt gevolgd door een goede follow-up, er zodoende van profiteren.

Enkele praktische handvatten voor het zorgvuldige ontwerp van huiswerk, worden genoemd in het artikel ‘Effectiviteit van huiswerk’:

  • Geef doelgericht huiswerk op: legitieme doeleinden voor huiswerk zijn bijvoorbeeld het introduceren van nieuwe informatie; het oefenen van een vaardigheid die leerling zelfstandig, maar nog niet ‘vloeiend’ kan uitvoeren; voortborduren op de informatie die is behandeld in de les; de kennis van de leerling verdiepen en de leerling de mogelijkheid bieden om zelf informatie over de behandelde onderwerpen op te zoeken. Zorg ervoor dat de huiswerktaak te verantwoorden is.
  • Sta stil bij de moeilijkheidsgraad. De leerling moet in staat zijn om de opdracht zelfstandig naar behoren te maken, maar de opdracht dient wel uitdagend genoeg te zijn.
  • Denk na over de rol van de ouder. Zorg ervoor dat ouders die hun kind helpen niet de rol van docent op zich hoeven te nemen. Dit zorgt voor onduidelijkheid, onder andere doordat de uitleg van de ouder heel anders kan zijn dan die van de docent.
  • Monitor zorgvuldig de hoeveelheid opgegeven huiswerk. Bedenk je dat de taak niet teveel tijd in beslag moet nemen, omdat de leerling dan sneller zijn interesse verliest.

Om het te borgen binnen het team of binnen de school, kan het zinvol zijn huiswerkbeleid op te stellen samen met collega’s en de schoolleiding en daarbij ook de ouders te betrekken. Een voorbeeld van ‘Homework policy’, vind je in dit artikel.

Wat zijn alternatieven?

Agora
Brent op het Veld, een 16-jarige leerling van Agora in Roermond, was samen met Claire in de uitzending bij BNR Nieuwsradio en vertelde over het verschil tussen zijn ervaringen op eerst een reguliere school en nu bij Agora. Waar hij voorheen met tegenzin veel tijd besteedde aan veel huiswerk waarvan het doel onduidelijk was en waarvan hij weinig opstak, werkt hij nu geheel uit eigen beweging en intrinsiek gemotiveerd aan projecten die zijn interesse hebben, zowel op school als thuis. Op school heeft hij wekelijks een gesprek over dat wat hij heeft geleerd, de mogelijke verbeterpunten, nieuw of bij te stellen doelen en presenteert hij ook regelmatig aan zijn studiegenoten waar hij aan werkt.

Cartesius 2
Op Cartesius 2, een school die dit jaar in Amsterdam is gestart, wordt geen huiswerk gegeven. Berry Nieskens, leerkracht op Cartesius 2, liet ons weten dat de gekozen vorm en inhoud van het programma ruimte schept. Vertrekpunt zijn de kerndoelen van SLO. Vervolgens hebben ze zich de vraag gesteld: Wat vinden we daar bovenop belangrijk om aan te bieden? Zo hebben ze bijvoorbeeld de keuze gemaakt om geen Duits en Frans aan te bieden, maar wel veel Engels en wat Spaans. Ook is er een focus op de vakgebieden filosofie en informatica. Dat resulteert in multidisciplinaire modules als Identiteit, Ethiek, Informatievaardigheden en Programmeren. Verschillende effecten van leren worden daarmee binnen dezelfde tijd bereikt, effecten die binnen andere vormen naast elkaar plaatsvinden.

Ook de Julianaschool en MAVO TIEN zijn voorbeelden van scholen waar geen of weinig huiswerk wordt gegeven. Op de ‘School voor persoonlijk onderwijs’ wordt het huiswerk op school gemaakt.

Andere vormen van huiswerk
Ook zijn er alternatieve vormen van huiswerk die het effect ervan vergroten. Zoals bijvoorbeeld ‘Flip the classroom’ waarbij kennisoverdracht & kennistoepassing wordt ‘omgedraaid’. Waar het nog vaak gebruikelijk is dat de kennisoverdracht in het klaslokaal plaatsvindt en de opgedane kennis in de vorm van huiswerk toegepast wordt, houdt het ‘flippen van de klas’ in dat de leerling of student thuis via bijvoorbeeld een video de kennis overgedragen krijgt en in de les actief aan de gang gaat met het toepassen van deze opgedane kennis. Zo kan de volledige lestijd vrijgemaakt worden om in te zetten voor werkvormen en individueel werk en vragen, onder het toeziend oog van de docent.

Een andere vorm zijn open opdrachten om vaardigheden en attitudes te ontwikkelen. Laat leerlingen bijvoorbeeld een week het nieuws volgen en met drie zelfgekozen items naar de klas komen. Dan kan je inspelen op hun interesses en kijken naar het proces in plaats van naar het resultaat. Dan kunnen ze geen ‘fouten’ maken. De succeservaring en de leerwinst zullen veel groter zijn dan bij oefeningen waarbij ze met een verbetersleutel kunnen controleren of het antwoord juist is.

Andere alternatieven zijn ‘play-based learning’ en ‘project-based learning’: “If they understand what they need to know and be able to do because they’ve identified those things with a teacher-facilitator’s help, they can set timelines and formative checks for themselves and their groups along the way.”

Wil je meer lezen?

Er bestaat voortschrijdend inzicht wat betreft het onderzoek naar de effecten van huiswerk, wat niet zozeer de resultaten beïnvloedt, als wel informatie geeft over de totstandkoming van de resultaten ervan. Lees daarover dit artikel van Pedro de Bruyckere. Ook Jan Tishauser wees ons hierop en verwees naar dit onderzoek.

Frans Droog, leerkracht Biologie op het voortgezet onderwijs schrijft: ‘Huiswerk, alleen als het zinvol is’ en geeft een aantal tips daarover. En ook Mark van der Veen, leerkracht in het basisonderwijs, schrijft over het belang te kijken naar het nut van huiswerk.

Meer artikelen over het afschaffen van huiswerk op basisscholen met de boodschap de kinderen vooral kind te laten zijn, ze de tijd en rust te geven om andere en persoonlijke ervaringen op te doen, vind je hier en hier.

Tot slot

De antwoorden op deze onderwijsvraag zijn tot stand gekomen dankzij input, inzichten en bijdragen van onder andere Pedro de Bruyckere (pedagoog en onderzoeker), Jan Tishauser (oprichter en onderzoeker bij b&t onderwijs), Tijs van Ruiten (Nationaal Onderwijsmuseum, Dordrecht), Berry Nieskens, leerkracht op Cartesius 2, en via de reacties op Twitter, zoals je hier kunt terugvinden.

We willen Brent van het Veld ook hartelijk danken voor zijn waardevolle bijdrage tijdens de uitzending op BNR Nieuwsradio.

Heb je nog aanvullingen, nieuwe inzichten of (vooral) wetenschappelijk onderzoek of harde data die bovenstaande argumenten verder onderbouwen of juist verwerpen? We horen het graag!
Wil je helpen met de beantwoording van de vragen van de komende weken? Graag! Dat kan via dit formulier. Heb je zelf een onderwijsvraag of wil je mee discussiëren over de Onderwijsvragen? Gebruik de hashtags #onderwijsvraag of #onderwijsvragen op sociale media!

Ben je benieuwd naar de andere #onderwijsvragen? We hebben ze gebundeld op deze pagina!