Wat (niet) werkt - œ Operation Education
We verkennen de leersystemen van morgen en bevragen het onderwijssysteem van vandaag.
operation education, education, onderwijs, onderwijsvragen, waarom, waartoe, vragend veranderen, Claire Boonstra
1682
post-template-default,single,single-post,postid-1682,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,columns-4,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-10.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive

Wat (niet) werkt

Hoe kun je een heel onderwijssysteem in beweging brengen? Het is de ‘million dollar question’ die mij al drie jaar vrijwel dag en nacht bezig houdt.

“Leg de vinger op het probleem!” , zeiden velen. “Vertel hoe het zou moeten” , adviseerden anderen. Beide wegen heb ik, samen met vele anderen, gepoogd te bewandelen. Zonder succes. In deze blogpost leg ik uit waarom.

Wat niet werkt: vertellen wat niet goed gaat

Vele uren denkwerk, uitzoekwerk en gesprekstijd zijn er aan opgegaan: de poging de kern van de problemen van het onderwijs boven water te krijgen. Alsmede de feiten en de cijfers. Maandenlang is er binnen œ gewerkt aan een heuse ‘werkgroep feiten en cijfers’. Want als maar duidelijk genoeg wordt hoe GROOT en acuut het probleem is, dan wordt vanzelf duidelijk dat er nu ECHT iets moet gebeuren.

Ook hebben we gedacht over het naar buiten brengen van de schrijnende, persoonlijke verhalen. Geloof me, ik heb ik er heel wat langs zien komen. En bij de œ bijeenkomsten de eerste jaren waren er ook heel wat emoties te bespeuren. Mijn hemel, wat gaat er veel mis.

Maar. Het werkt niet. Het brengt mensen nauwelijks in beweging. En wel om de volgende redenen:

1. Er is geen sprake van één probleem
Je kunt wel uren, dagen, weken, jaren praten over wat er allemaal niet goed gaat. Er zijn zoveel kleine en grote dingen aan te wijzen. Het identificeren van maar één (of drie) overkoepelende hoofdproblemen is mij (en de vele onderwijsrapporten en -commissies met mij) nog nooit gelukt.

2. Er is geen schuldige aan te wijzen
Er is niet één partij of instantie schuldig aan het ‘falen’ van het onderwijs. Het zijn niet ‘de leerkrachten’, ‘de overheid’, ‘cito’ of ‘de inspectie’ die de kern van het probleem vormen. Dat systeem, dat zijn wij. Wij allemaal maken keuzes – als ouders, schoolleiders, politici, studenten. Zolang wij vasthouden aan dat systeem en er (al dan niet klakkeloos) in mee gaan, zijn wij allemaal ‘schuldig’.

3. Er is (nog) geen duidelijk causaal verband te leggen tussen problemen en oorzaken
Een voorbeeld: Er worden in Nederland (op een bevolking van bijna 17 miljoen) per jaar bijna 300 miljoen dagdoseringen aan anti-depressiva uitgeschreven (Bron: SFK, hier en hier). Ik schrik hiervan, ik vind het veel. En in mijn hoofd leg ik zelf onmiddellijk de link met het al op jonge leeftijd inprenten van een ideaalbeeld, een goed antwoord, het moeten voldoen aan een norm, de weg omhoog, de vroegtijdige identificatie van potentiele problemen, et cetera. Maar dit verband is niet hard te maken. Het wordt (voor zover ik weet) niet onderzocht, en de maatschappelijke discussie hierover moet nog aangezwengeld worden. Dus áls we al zoiets naar buiten zouden brengen, zouden we ons direct op dermate glad ijs begeven, dat we direct een grote groep van ons zouden vervreemden.

Hetzelfde met bijvoorbeeld het wijzen op het aantal thuiszitters: zo’n 16.000. Dat is absoluut een groot aantal, maar op het totaal aantal leerlingen (zo’n 1,5 miljoen in het PO en bijna 1 miljoen in VO, oftewel ongeveer 2,5 miljoen leerlingen in het ‘funderend onderwijs’) is het maar een heel klein percentage (0,6%).

Maar de belangrijkste reden voor mij is de volgende:

4. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Ook negatieve energie, frustratie & verdriet.
 We hebben telkens weer aan den lijve ondervonden hoe de energie verandert als het over de problemen gaat. Iedereen die op twitter mensen uit het onderwijs volgt merkt de collectieve frustratie en het verdriet bij een negatief artikel, programma of andere uiting over het onderwijs. We hebben dit zelf ook ervaren bij de lancering van het ‘Onderwijsheldenboek’ en hoewel de kritiek echt pijn deed, snap ik sindsdien zo goed waar het vandaan komt. Jarenlang had ‘het onderwijs’ het altijd gedaan. Decennialang zijn er maatregelen, meestal van bovenaf, op het onderwijs losgelaten, zonder de betrokkenen (leerkrachten, leerlingen, ouders) in de totstandkoming serieus te betrekken. Ik merk zelf ook de neerbuigendheid waarmee sommige beleidsmakers of politici over leerkrachten of ‘het veld’ kunnen praten. ‘Het veld’ – oftewel: iedereen die met hart en ziel elke dag weer zichzelf om de regels heen probeert te buigen om het best mogelijke onderwijs voor onze kinderen mogelijk te maken – heeft er genoeg van om zo bejegend te worden. En daar heeft ‘het veld’ – waaronder de leerkrachten – volkomen gelijk in.

Zij die het onderwijs van onze kinderen verzorgen hebben het belangrijkste beroep van de wereld. Laten we ze serieus nemen.

Wat ook niet werkt: vertellen hoe het moet

Ik hoor de vraag zo vaak: maar Claire, hoe moet het dan wél? Waarom ga je zelf niet gewoon een school oprichten? Wat is in jouw ogen het ideale systeem?

Het antwoord is: ik weet het nog niet. Ik denk dat wij – als samenleving – het nog niet weten. Omdat we er nog niet klaar voor zijn en er nog niet voldoende bekend is. Maar vooral weten we het nog niet omdat we het er nog onvoldoende met elkaar over hebben gehad.

Ja, er zijn heel veel fantastische scholen die mij diep hebben geraakt de afgelopen jaren. Ik wist niet eens van hun bestaan! Hoe kan dat nou??? Waarom zijn ze niet wereldberoemd?
Ik doe er alles aan om die scholen en leeromgevingen meer ‘in the picture’ te brengen – direct (door er zelf over te twitteren, ze op lijstjes te plaatsen, ze in een boek te vangen) of indirect (influisteren bij programmamakers, redacties, etc).

Het grootste probleem is dat de meeste van de scholen die ik fantastisch vind en die mij diep raken, soms zó ver weg staan van wat anderen (her)kennen als school, dat er gewoonweg kortsluiting ontstaat als ik er over praat, of als er in de media over ze gepraat wordt. “Ja maar, hoe moet het dan met hun diploma?”. “Dit wordt gegarandeerd het uitschot van de maatschappij”. “Dit lijkt op [vul concept in dat eerder in het verleden is geprobeerd], dat is toen mislukt, dus dit zal ook wel niets zijn”.

Daar komt bij: wat een geweldige school kan zijn voor de één, hoeft nog niet de perfecte leeromgeving te zijn voor de ander.

you

Wat werkt wel?

Natuurlijk heb ik een mening, natuurlijk heb ik voor mezelf wel een plaatje van wat ik, met wat ik nu weet, graag zou zien. Natuurlijk zie ik met mijn tech-achtergrond de enorme mogelijkheden van adaptief, gepersonaliseerd, gamified, overal beschikbaar, gratis onderwijs. Maar zolang we het gezamenlijk beantwoorden en bediscussiëren van de dieper liggende vragen uit de weg gaan, en al die mooie technologie toepassen op wat we zo gewend zijn, zullen we nooit tot echte, fundamentele beweging komen.

Er zijn eigenlijk maar twee vragen nodig om alle andere vragen te ontsluiten:
1) waarom doen we de dingen zoals we ze doen?
2) waartoe dient ons onderwijs?

Het zijn die vragen die we als kind zo vaak stelden. Maar hoe vaak doen we het vandaag de dag nog?

Ik weet nog precies waar ik was toen ik me realiseerde dat we – met z’n allen! – in het onderwijs in belangrijke mate worden gedreven door gewoontes. Ik was in shock. Ook ik – ja zelfs ik – had me laten leiden door dergelijke gewoontes, ook ik had mezelf nooit die waarom-vragen gesteld. Ook ik ging er klakkeloos van uit dat ‘ze’ er wel over na zouden hebben gedacht. Ik dacht zelf nauwelijks na over zo iets belangrijks als het onderwijs voor onze kinderen, over het onderwijs van mijn eigen kinderen! De afgelopen jaren, sinds ik me met onderwijs bezig houd natuurlijk wel, maar de schoolkeuze van onze oudste was nog volledig gedreven door ‘oude’ denkpatronen: een lekker traditionele school. Ik vond zelfs Montessori al zweverig – laat staan schooltypen die daar nog veel verder van af staan.

Ik sta nu met grote regelmaat voor groepen mensen, en ik praat natuurlijk over bijna niets anders meer. Telkens weer, als ik mensen die simpele ‘waarom doen we het eigenlijk zo?’ vragen voor leg, ontmoet ik dezelfde verbaasde en onthutste reacties: “Nu je het zegt – ik heb er inderdaad nog nooit over nagedacht. Bizar”. Dit is een behoorlijk consistent beeld. Hierdoor lijkt het er voor mij op dat we iets gevonden hebben dat iets losmaakt, dat iets fundamenteels raakt.

We hebben op basis hiervan met elkaar en met anderen in de afgelopen maanden een model ontwikkeld dat – in ieder geval tijdens lezingen, workshops en presentaties – veel losmaakt. In deze eerdere blogpost heb je in ieder geval al kunnen lezen wat het proces bij mij persoonlijk heeft losgemaakt en hier zie je alvast een korte toelichting op het model voor het onderwijs.

Ik ben benieuwd naar jullie reacties en jullie ervaringen!

6 Reactie's
  • Martin Ringenaldus
    Geplaatst op 14:04h, 28 augustus Beantwoorden

    Het eerste stuk van deze blog is wat mij betreft een beschrijving van het vele klagen. Niet alleen klagen mensen buiten het onderwijsveld op het onderwijsveld, maar het onderwijsveld klaagt ook behoorlijk op de druk die van bovenaf opgelegd lijkt te worden. Iedereen lijkt over iedereen te klagen.
    Dat ik zelf het probleem ben, heb ik jaren geleden ontdekt. Ìk was toch de docent die kant en klare methodes van de uitgeverij volgde in de veronderstelling dat de makers wel goed over de opbouw en de inhoud zouden hebben nagedacht, zodat ik dat zelf niet meer hoefde te doen?
    Een jaar of vijf geleden kregen mijn collega en ik een idee om iets aan het beklemmende gevoel van de methodes te doen. We wilden geen methodeslaaf meer zijn. Bovendien vonden we dat de aansluiting tussen de basisvorming en de Tweede Fase nooit goed is gerealiseerd. Dat gat wilden we dan ook maar vullen. Eerst vulden we de methode aan met stencils. Dat aantal stencils werd op den duur zo groot dat als we er een nietje doorheen zouden slaan, we een eigen methode zouden hebben. Met steun van de directie hebben we dan ook onze eigen lesboeken geschreven. Leerlingen zijn enthousiast, vinden onze eigen boekjes uitdagend en we bereiken een hoger niveau dan met de boeken van de uitgeverij. Doel gehaald, zou je zeggen. Niets is minder waar. Na vier jaar met onze eigen boekjes (die van jaar tot jaar werden herzien en aangepast, en zelfs met (gratis versie) Layar werden verrijkt!) te hebben gewerkt, komen we tot de conclusie dat we nu methodeslaaf van onze eigen boekjes zijn geworden en dat voelt ook niet goed.
    We hebben nu voorzichtige stapjes gezet richting gepersonaliseerd leren door bepaalde oefeningen in de boekjes te vervangen door digitale oefeningen waarbij de docent kan meekijken met de leerlingen. Daarnaast kan de docent, maar ook de leerling bepalen of meer oefening gewenst is. Op die manier kunnen we in kleine stapjes misschien wel zover komen dat de leerling zelf zijn lesmateriaal gaat uitzoeken op basis van zijn/haar behoefte. Dit kan alleen door niet met een kant en klare producten te werken, maar door een methode helemaal op te knippen in elementaire deeltjes zoals een uitlegvideo, een oefening (digitaal of papier), een tekst, enz. In feite heb je dan veel meer materiaal nodig dan het materiaal van één methode. Je zou eigenlijk een overkill aan materiaal moeten hebben – allemaal losse bouwsteentjes – waaruit de leerling in samenwerking met de docent een eigen methode kan arrangeren.
    In feite zijn we dus al een paar jaar bezig om het in de blog beschreven model toe te passen. Mijn ervaring hiermee is dat ik veel meer uitdaging in mijn werk ervaar en door de ontstane drijfveer harder werk terwijl ik minder werkdruk ervaar. Bovendien word ik aangemoedigd door leerlingen om hiermee verder te gaan. Ik probeer bij alles wat ik doe feedback van mijn leerlingen te krijgen. Wat werkt fijn en wat niet? Zo proberen we samen in overleg tot beter onderwijs te komen. Zonder de input van mijn leerlingen lukt dat niet. Doordat ik de leerlingen erbij betrek, groeit de motivatie onder leerlingen.
    We hebben natuurlijk wel wat (verantwoorde) risico’s gelopen door de gangbare methodes los te laten en eigen lesboeken te ontwikkelen. Dit had ook kunnen mislukken. Ik vergelijk het met schaatsen. Als je nog nooit op een ijsbaan ‘pootje-over’ door de bocht bent gegaan en je probeert dit voor het eerst, dan is het een kwestie van durven. Als je bang bent om te vallen, maak je de beweging te krampachtig en is de kans groot dat je zult vallen. Maar toon je lef en durf je de beweging op gevoel te maken door dit gewoon te doen, dan zul je zien dat je prachtig door de bocht schaatst, overeind blijft, meer snelheid bereikt en meer schaatsplezier beleeft.
    Onderwijs is door dit proces ook mijn hobby geworden. Ik heb van mijn werk mijn hobby weten te maken en steek er dan ook veel vrije tijd in. Gewoon, omdat ik dat leuk vind.
    Onlangs daagde Ankie Cuijpers mij uit om een blog te schrijven aan de hand van een foto waarop een bak met legosteentjes te zien is. In deze blog heb ik mijn idee over onderwijs verwerkt waarbij de legostenen als metafoor dienen. Indien geïnteresseerd, kun je die blog lezen via de volgende link: https://martinringenaldus.wordpress.com/2015/08/17/wie-helpt-er-mee-om-deze-bak-te-vullen/
    Succes met het model. Wat mij betreft heb je de kern van onderwijs(vernieuwing) daarmee te pakken.

    • Patricia Antersijn
      Geplaatst op 15:36h, 29 augustus Beantwoorden

      Wat een heerlijk verhaal. Super om te lezen dat jullie dit hebben aangedurfd en dat het werkt. Door jezelf te bevrijden van de methodes, ben je weer zelf gaan nadenken. Voor leren is niets zo effectief dan direct geconfronteerd te worden met het resultaat van je keuzes en handelen. Dat geldt voor onszelf als voor leerlingen. Je verhaal doet me denken aan de metafoor van de “wortel en het loof”. Een ‘methode-slaaf’ zoals jij dat noemt, is bezig met wat boven de grond te zien is; ‘het loof’. En past eigenlijk alleen maar trucjes toe. Het is dan min of meer toeval of iets bij die ene leerling werkt of niet. Als je ook ‘de wortel’ kent, kun je bewust bouwstenen inzetten. Deze metafoor kun je toepassen op kleine schaal bij een les, en ook op grote schaal. Dit past ook in het model dat Claire schetst bij ‘Let Go – Question the Why’. Veel initiatieven nu in het onderwijs zijn gericht op wat zichtbaar is ‘boven de grond’ terwijl een krachtig fundament ‘onder de grond’ ontbreekt omdat we ons “het waarom” niet meer afvragen. We nemen zoals Claire schrijft vaak veel klakkeloos aan. En die aannames zijn gebaseerd op kennis over leren, gedrag, intelligentie e.d. van jaren en jaren geleden. In dit kader is het werk van Stichting VDKV interessant. Vanuit een gedegen wetenschappelijk basis hebben zij de nieuwe inzichten vanuit de neurobiologie, neurosociologie, neuropsychologie en onderwijskunde met elkaar in verband gebracht in een tweetal studies: ‘Naar een nieuwe kijk op Intelligentie; Cultiveren van Intelligenties, Zorgplicht van het onderwijs’. Voor de gewone man/vrouw helaas niet zo toegankelijk geschreven. Echter de inhoud is zeer waardevol. Het helpt je als onderwijsontwerper, lesmaker, docent, etc. om bouwstenen bewust in te zetten en er nog meer rendement uit te halen. Plat gezegd: zolang onze hersenen nog in ontwikkeling zijn en dat is minstens tot ca 25 jaar, heeft de omgeving veel invloed op de ontwikkeling ervan. Ouders, opvoeders, docenten, vrienden maken allen deel uit van deze omgeving. Als je als ‘methode-slaaf’ te werk gaat sleutel je onbewust onbekwaam aan de ontwikkeling van de hersenen van de leerlingen. Je als docent afvragen waarom je iets doet op de manier waarop je het doet en met welk effect is een prachtige stap voorwaarts. Methodes los laten en gebruiken als bouwstenen met eigen toevoegingen waar nodig, geeft het vak van docent / leerkracht weer glans en betekenis. Jij als docent, als persoon doet er toe.
      Mocht je geïnteresseerd zijn in het werk van de Stichting VDKV, dan is de samenvatting een goede start. http://www.stichtingvdkv.nl/images/pdf/BijlageAlgemeneInleiding.pdf
      Succes en bemoedigend om over dergelijke ervaringen te lezen.

      • Claire Boonstra
        Geplaatst op 10:13h, 31 augustus Beantwoorden

        Veel dank voor deze mooie woorden, Patricia! Ben jij zelf betrokken bij de Stichting VDKV?

    • Claire Boonstra
      Geplaatst op 10:14h, 31 augustus Beantwoorden

      Wat een prachtige reactie, Martin! Mogen we deze re-posten als apart artikel?

  • Vertellen hoe het moet werkt niet. - Onderwijs van de Toekomst
    Geplaatst op 21:19h, 21 september Beantwoorden

    […] Boonstra, één van Neerlands slimste onderwijsvernieuwers, geeft in dit blog 4 beknopte redenen aan waarom ‘vertellen hoe het moet’ niet werkt in onderwijs. […]

  • De do's & don'ts bij het in beweging brengen van het onderwijs - Claire Boonstra
    Geplaatst op 15:18h, 22 september Beantwoorden

    […] [post in Dutch, originally posted August 28th, 2015 on Operation.Education] […]

Geef een reactie